Zomaar

13 mei 2020
Al een paar weken had ik het in mijn hoofd. Weer eens iets van 20 km rennen. Dat moet nu wel weer eens kunnen. Toch heb ik een beetje koudwatervrees. Hoe lang is het wel niet geleden dat ik zo’n eind heb gelopen? Na Schoorl (oktober 2018) ben ik alleen maar aan het klooien geweest met een onwillige bilspier en werden de loopjes in afstand per saldo steeds korter. Na ettelijke fysiotherapeuten, die geen beterschap brachten, kwam ik bij T. op de tafel. De receptioniste had voorgesteld (toen ik belde voor een afspraak en voor de zoveelste keer vertelbloemen Kalkvaartde wáár ik last van had) dat ik het misschien fijner vond om voor voor deze blessure bij een vrouwelijke peut onder behandeling te zijn. Dat was voor mij van ondergeschikt belang. Ik wou gewoon dat het over ging, maar ach, waarom niet.
Na een aantal behandelingen van haar kant en het stug volhouden van de oefeningen van mijn kant treedt er verbetering op. Woensdagmiddag moet het dus gebeuren. Afgelopen weekend las ik dat iemand zeven rondjes van 7 km had gedaan en zeven minuten over een kilometer deed. Dat was leuk zo met die getallen. Maar terug naar mijn eigen plan. 4 rondjes van 5 km in het Leeuwarder bos en elke kilometer in 6,25 minuten. IMG_20200506_194446Was ik een aantal weken geleden ietwat nerveus om weer 16 kilometer te rennen, vanochtend kan ik mij prima concentreren op mijn kantoorwerk. Als de klok half twee aangeeft kleed ik mij om, vul de bidon, duik in een la een gelletje op en leg dat op het kabel- en leidingkastje voor ons huis waar ik vier keer langs zal komen en ga ontspannen op pad.
De eerste kilometer is het zoeken naar het tempo. Ik ben de laatste maanden sneller gaan rennen wat erin resulteert dat elke keer wanneer ik op pad ga, een wedstrijd tegen mezelf wordt. Elke keer ‘moet’ het weer rapper. ree in waterOok daarom is het goed om weer eens een lange duurloop te doen. De benen voelen vermoeid in de eerste kilometer en ik begin te twijfelen of dit wel een goed idee is: ‘Je kunt toch zo stoppen’ zegt Mettje2. ‘Je bent nooit verder dan 2 km verwijderd van huis’.
Het piepje van de Garmin klinkt. 6.32 laat het scherm zien. Oei, te langzaam. Ik voer het tempo op. Nu ga ik te snel zie ik even later. Ik besluit de tijd los te laten en op mijn gevoel verder te gaan. De kilometers gaan nu in 6 minuten en een beetje. ‘Dat ga je niet volhouden’ lacht Mettje1. Ik ren koppig verder in hetzelfde tempo. We zien wel waar het schip strand.
Ik bedenk al rennende dat ik de eerste twee rondjes met een extra lusje kan verlengen, dan zijn de laatste twee 400 meter korter. Dat voelt mentaal wel goed maar ook als mezelf voor de gek houden.
Wanneer ik bezig ben met het derde rondje zie ik een collega. Ik stop, in deze periode ben je blij dat je een een bekende ziet en even een praatje kan maken. Lang duurt het niet, want we staan vol op de wind en met 9 graden C koel ik snel af. Als ik weer op weg ben, sta ik na 300 meter weer stil. Ditmaal een oud-cverzorgingspostollega. De benen moeten daarna weer op gang komen en Mettje1 geeft aan dat het nu geen 20-km loop meer is met al die pauzes. Ik negeer haar.
Bij de verzorgingspost piept de Garmin. 15 km. Het vierde en laatste rondje gaat in. Ik voel me nog prima en ook mijn bilspier doet niet al te moeilijk. Dan herinner ik mij dat ik op Strava meedoe aan een challenge om in mei een halve marathon te rennen. Het is de bedoeling om dat over een paar weken tijdens een weekje vakantie te doen, maar ik besluit de koe vandaag bij de horens te vatten en loop de extra kilometer erbij zonder een tikkeltje vermoeidheid en kom op een mooie eindtijd uit.
En dat zomaar, op een woensdagmiddag, in het Leeuwarder bos.

(foto’s, uitgezonderd die van de verzorgingspost, zijn wel in het Leeuwarder bos, maar niet door mijzelf genomen (geen camera meegenomen))

Een gedachte over “Zomaar”

Reacties zijn gesloten.