Saturday Night-Fever

3 juni 2017
Het is de zaterdagochtend na anderhalve week vakantie en we zijn al weer een paar dagen thuis.
Zullen we naar Appelscha gaan en daar ons rondje lopen stel ik Klaas-jan tijdens de koffie voor. Hij knikt van ja. Een half uur later zitten we in de auto nadat hij nog snel een route van 12 kilometer in de Garmin heeft geladen.

Als we in het dorp bij de fietsenwinkel parkeren maak ik haast om als eerste op weg te gaan. Hij loopt veel sneller dan mij dus resulteert winst in de eersteIMG_4479 kilometers in minder lang wachten.
In het begin loop ik tot mijn ongenoegen al een paar keer verkeerd.  Na drie kilometer stop ik. Ik voel me moe. Iets langzamer aan dan maar. Na een paar honderd meter sta ik weer stil. Plaspauze. ‘Onzin’ grijnst Mettje1, ‘je zoekt een smoes om alweer te stoppen’.
De bospaadjes worden minder mul en het rennen gaat iets soepeler. Maar ik ben de kilometers aan het aftellen. Als ik er vier heb gelopen vind ik het tijd voor een kiekje van de omgeving en als ik vijf heb gelopen is het tijd voor een zelfie. Inmiddels zweet ik alsof ik veertig graden koorts heb. Zelfs mijn haar is kletsnat. De bewolking maakt het zo benauwd.
Na zes kilometer moet ik naar rechts volgens de Garmin. Na enig zoeken vind ik het pad en klim eerst over een omgevallen boom. Foeter in gedachten op Klaas-Jan omdat hij net als de voorgaande keer weer zo’n ‘niet te rennen’ route heeft bedacht. Het pad stopt waar het struikgewas begint. Ik twijfel, om me er even later een weg doorheen te banen. Er komt geen eind aan en ik wil terug. Ik heb dit één keer eerder gehad en wist toen helemaal niet meer waar ik was. En dat was in het Leeuwarder bos.  Dit bos is tig keer zo groot. ‘Probeer nog een klein stukje’ moedigt Mettje3 aan, ‘wie weet ligt achter dit bosje een pad’.IMG_4480
Ik struikel over dode takken, krijg schrammen op mijn benen en zo nu en dan slaat er een tak in mijn gezicht. Er komt geen pad. Ik begin een lichte vorm van paniek te vertonen en wil Klaas-Jan bellen.  Mettje1 glimlacht gemeen. ‘Stumper, probeer voor de verandering een keer zelf uit de penarie te komen’. Ik keer om en ga aan de hand van het kruimelspoor van de Garmin weer terug naar het punt waar ik begon te dwalen en veeg het zweet van mijn hoofd. Wat nu? Er valt hier niet te lopen. ‘Dezelfde weg terug’ raadt Mettje2 aan. ‘Kan er niks fout gaan’. Dat klopt, maar inmiddels heb ik zeven kilometer gelopen en ik wil niet meer dan twaalf. Ik besluit rechtstreeks naar het bezoekerscentrum te rennen, dat denk ik wel te kunnen vinden. Als ik daar ben is Klaas-Jan vast al bij de auto en kan hij mij oppikken.  Als ik twee keer heb geprobeerd om hem aan de telefoon te krijgen geef ik de moed op. Ik zal toch naar het startpunt moeten lopen.
Het begint te regenen, de  benauwdheid verdwijnt iets en het gaat direct gemakkelijker.IMG_4483
Als ik nog een kilometer heb te gaan, rinkelt mijn telefoon. Klaas-Jan. Oké, hij komt mijn kant wel uit rijden. Even later drinken we de meegebrachte koffie op een parkeerplaats en klaagt hij over de warmte. “Het liep voor geen meter’.  ‘En wat een ellendige route’ ga ik verder.  ‘Er was helemaal geen pad in de buurt van de vijf kilometer. ‘Dat was er wel, maar het was even zoeken’. Ik zucht en zeg dat ik het pad echt niet kon vinden.
Misschien dat ik toch nog eens eens een cursus kaartlezen of overleven in het Drents Friese Wold moet volgen.

3 gedachten over “Saturday Night-Fever”

  1. Hoi Mettje,

    Vergeet Appelscha. Kom naar Skoatterwâld. Je kunt niet verdwalen. It’s great! It’s fantastic! Succes nog even met de voorbereiding. Wanneer was de marathon ook alweer?

    1. Martijn, is dat bij Oranjewoud? Daar loop ik wel eens. De marathon is 1 juli!

Reacties zijn gesloten.