Ich bin wie du

7 januari 2018
‘Eindelijk eens weer’ zeg ik als we vanochtend weg rijden uit Leeuwarden. ‘De zon’. Het trieste weer van de afgelopen tijd krijgt toch een beetje vat op mijn gemoed. Ik laat mij vervolgens onderuit zakken op de bijrijdersstoel en luister naar Hanny die als eerste het woord neemt om te vertellen wat er de afgelopen week zoal is gebeurd.

Zullen we zondag in Oranjewoud een stukje rennen met het oog op volgende week appte ze dinsdag. Leuk! antwoordde ik terug.
Mijn plan om in het weekend nog een flink aantal kilometers te rennen, kan ik ook eerder in de week doen.
Als ik woensdag op kantoor kom hoor ik het weerbericht, wat storm voorspelt en weet dat het vandaag niks wordt.
Rond de klok van één uur besluit ik om mijn werkzaamheden thuis voort te zetten omdat de verwarming stuk is en ik inmiddels behoorlijk verkleumd ben. Ik zit nog maar net op de fiets als ik door een harde windvlaag onderuit ga. Als ik weer sta concludeer ik dat alles nog heel is en stap weer op. Bij het stuk langs de Dokkumer Ee fiets ik aan de linkerkant van de weg. De kademuur is hier best hoog, als ik weer zo’n zwieper krijg lig ik in het water en kom er dan maar eens uit.
19 Landgoed OranjewoudDonderdag doet mijn knie pijn en zie ik dat mijn scheenbeen ook niet helemaal ongeschonden uit de strijd is gekomen. Vandaag dan nog maar een dag rust. Vrijdag hink ik de hele ochtend ook nog rond, maar ik heb in mijn hoofd om 20 km te rennen. Om twaalf uur kijk ik op de klok en besluit dat ietsje minder ver wellicht verstandiger is. Veertien km dan maar. Dan hoef ik nu ook nog niet naar huis. Een uur later denk ik dat het beter is om maar 10 te doen en als ik om drie uur thuis kom wil ik nog maar acht km. Na vierhonderd meter moet ik aan mezelf toegeven dat het een slecht idee is om te gaan rennen. Na drie kilometer ben ik weer thuis en sla aan het twijfelen. Kan ik zondag die 13 km wel rennen zonder verdere schade op te lopen om volgende week zondag de 27 km RFR in Appelscha te rennen? Of moet ik nu afzeggen en hopen dat ik dan in Appelscha zonder training die kilometers zo kan rennen. ‘Nee’, zegt Mettje2 stellig. ‘Dat gaat je niet lukken’.
En zo gaan we vanochtend richting Oranjewoud en vertel ik van mijn pijnlijke knie en niet weet hoe het zal gaan. Dat ik de halve nacht wakker heb gelegen omdat ik niet meer zo goed weet hoe de route loopt en de laatste keer dat ik hier was finaal verkeerd ben gelopen,  laat ik maar achterwege.25 Bos nabij Wolvega
Nadat we de auto vlakbij hotel Tjaarda hebben geparkeerd trekken we de veters van de schoenen vast en gaan op pad. Na twee kilometer lopen we bij het museum  langs en dan weet ik weer hoe de route ongeveer gaat en ontspan ik. De knie voelt gelukkig ook goed. In stilte rennen we verder en bedenk ik me dat de radio uit stond op de weg hier naar toe. Ik lach stilletjes. Hanny is een metal-fan en ik had min of meer verwacht dat ik op dit genre getrakteerd zou worden.
Het parcours wisselt van verhard naar onverhard en van brede lanen naar singletracks en drassige stukken.
Na ruim een uur komt de finish in zicht en word ik deelgenoot van Hanny haar hersenspinsels. ‘Ik heb al meer dan een dag een liedje in mijn hoofd’ begint ze. ‘Und du weißt, dennoch laß ich dir die Freiheit, weil man sich dann leichter treu bleibt, ich genauso wie du’. Ik schiet in de lach. ‘Marianne Rosenberg. Luister jij daar naar?’
Voor we het weten zijn we bij de auto en rijden even later wederom met de radio uit naar huis waar de warme douche wacht, want  ondanks het zonnetje was het met 1 gr C behoorlijk fris. De knie heeft zich deze dag bijna niet laten horen in tegenstelling tot Marianne Rosenberg, die zich de hele verdere dag in mijn hoofd heeft genesteld.