Het dorp

7 maart 2018
Na een kilometer komt de gedachte in me op. Ik zou best even langs het kerkhof kunnen gaan nu ik toch onderweg ben naar Hallum.
Ik kom er haast nooit. Mettje1 weet fijntjes te melden dat de keren op één hand zijn te tellen. Dat klopt. Zouden ze het me kwalijk nemen? Mijn heit en mem? Dat ik nooit kom?  Ik wuif de gedachte weg. Dood is dood. Toch? De volgende kilometers laat het verleden me niet los. Hoelang is het nu al niet geleden? Ik reken en reken nog een keer. Een half mensenleven.kerk
In Hallum aangekomen merk ik dat ik bij een afslag  zonder na te denken het stukje af snij wat ik ook al deed toen ik hier nog woonde. Toen rende ik elke woensdag van kantoor naar huis.
Ik wandel de laatste meters richting het kerkhof en mijn blik glijdt over de grafstenen. Ik bedenk dat mijn ouders nooit hebben laten weten of ze gecremeerd wilden worden of begraven. Maar het is goed zo.
Ik draai enkele minuten later om en ren terug richting  het huis waar de mem van vriendin 3 woont. Ze is jarig geweest en is de reden dat ik vandaag hierheen ren. Nu ik toch bezig ben loop ik ook nog maar even langs mijn oude huis.cafe

Als ik twee keer heb aangebeld weet ik het zeker. Ze is niet thuis. Ik had mijn komst niet aangekondigd dus wist dat deze kans aanwezig was. Ik bel Wiebren die mij hier vandaan zal halen. ‘Ren maar naar Theun en Grietje’ zegt hij. ‘Haal ik je daar wel vandaan’. Even later zet ik de Garmin weer aan en draaf het dorp voor de tweede keer in. Gelukkig zijn zij wel thuis en kan ik onder het genot van een kopje koffie even bijkomen en kletsen we even later met zijn vieren nog gezellig bij.
Bijzonder hoe een dag soms kan lopen.