De Slachte

19 juni 2016
Twee weken na dato.
Zolang duurt het voordat ik een letter op papier kan zetten. Hoewel ik het Slachteblokje na afloop in ontvangst mocht nemen, verliep de dag niet helemaal probleemloos.
Laten we maar bij het begin beginnen.
Met een start van half zeven in de ochtend maak je mij niet blij. Maar dat is het tijdstip dat de hardlopers in deze marathon van start gaan. Deze loop wordt om de vier jaar georganiseerd en start/finishplaats wisselen elkaar af. Ik ben nog niet eerder in Easterbierum gestart en wil dus dit jaar graag meedoen.
Enkele weken voorafgaande aan deze dag ren ik twee testloopjes voordat ik naar kantoor ga. Vind dat beide loopjes mij op dit tijdstip wel aardig afgaan en ga weer op vertrouwde tijdstippen een blokje om.Slachte voor de start1
De wekker wordt de avond van te voren op drie uur gezet. Het plan is dat ik een uur of negen het bed  opzoek maar dat wordt iets later en dan nog lig ik geruime tijd te woelen en te draaien. Gaat het goed komen morgen? Ga ik de finish halen? Alle trainingen gingen goed tot de laatste duurloop. Na dertig kilometer kwam ik hinkend thuis vanwege een zere knie en de pijn ging in de weken daarna, ondanks therapie, niet over. Fysio Rutger kon geen rare dingen vinden en gaf aan dat ik de knie voor de volle honderd procent mocht belasten.
Dat betekent toch dat als ik na dertig kilometer pijn krijg door mag lopen (mits de pijn het toelaat)?  Rond de klok van half twaalf val ik eindelijk in slaap. Om een paar uur later de wekker te horen rinkelen.
Even later sta ik met een kopje thee voor het aanrecht. Ik moet eten. Maar heb helemaal geen trek.
Ik weet een paar witte broodjes naar binnen te werken en neem daarna twee kopjes koffie in de hoop dat de darmen ook wakker worden. Nee dus. Nog geen echt probleem, bij de start zijn vast toiletten genoeg. Als we (Klaas-Jan en ik) net voor vijf uur bij het station Leeuwarden arriveren komt de eerste pendelbus al aangereden. We wachten tot Hanny er ook is en stappen in de tweede bus die ons in no-time naar Oosterbierum brengt.
Nadat de lange broek en jack in de tas zijn opgeborgen,  Aleid een foto van Wim, Hanny, Klaas-Jan en mij maakt en ik er achter kom dat ik echt niet naar de wc hoef, lopen we naar de start.
Shit, mijn bandje voor om de knie zit nog in de tas die in de vrachtauto gaat. Ik snel terug naar de loods waar de tassen zijn gedropt en zie dat er inmiddels vijf kratten boven op het krat staan waar mijn tas in zit. Geen denken aan dat ik die er nog tussen uit krijg. Jammer, maar helaas dan. Ik wil me er niet al te druk om maken want ergens in mijn achterhoofd hou ik er rekening mee dat ik rond de dertig kilometer uit moet stappen.
Na het startschot sprinten de wedstrijdlopers weg en ik zie Wim en Klaas-Jan mee schieten.slachte2
Onze start en de eerste meters daarna zijn gemoedelijk. De weg is smal en een ieder is bezig om zijn eigen pad te vinden. Ik zie Niels en Rob (die pacer zijn) met de ballon van 4.30 uur lopen en ga ze voorbij. Hen wil ik in ieder geval achter me houden zeg ik tegen Hanny die naast me loopt.
De eerste vijf kilometers gaan prima. Ik voel mijn knie niet en dat is een goed teken.  Ik merk dat Hanny iets sneller gaat lopen. Hoewel ik daar anders altijd wat moeite mee heb, laat ik haar gaan. Het is nu al warm en het zal nog veel warmer worden. Ik wil in deze fase niet forceren.
Wendelien komt naast me lopen en al pratende gaan de kilometers snel voorbij. Ik hoor dat ze op een schema van vier uur loopt. Dat is voor mij te snel en ik zeg dat ik iets langzamer ga lopen. Toch lopen we tot het twintig kilometerpunt bij elkaar in de buurt.
Daar stop ik omdat Wiebren er staat met water wat ik in de waterzak van mijn rugzak doe. Snel vertellen hoe het mij vergaat en dan weer verder. Ik hoor hem nog net zeggen dat Hanny niet heel ver voor mij zit. Nog geen kilometer verder zie ik haar staan en stop om te vragen wat er is. Voordat ik iets kan zeggen zegt ze dat ze er mee kapt. De benen zijn als lood en ze is al vanaf kilometer dertien met zichzelf in gevecht. Ik hoor het aangeslagen aan. Eelke staat een kilometer verderop gaat ze verder, daar ren ik naartoe en stap dan in de auto. Ik knik en uit een verwensing. Het is zo pijnlijk als je goed bent getraind, fit begint aan zo’n dag en dan toch uit moet stappen. Met een ‘we horen straks nog wel van elkaar’ ga ik verder.
Dan zie ik Wendelien weer. Ze staat in de berm. Dat kan maar één ding betekenen. Ze moet overgeven. Als ik haar voorbij ben twijfel ik. Had ik moeten stoppen? Maar wat kan ik doen? En vervolg mijn weg. Het gaat nog steeds goed. Net na het bordje van negenentwintig km kom ik Kitty tegen die ik ken van Twitter. Ze loopt in een groepje van drie en ik sluit aan. Kort daarna moeten we Tamara en Tiny laten gaan en rennen we samen gezellig keuvelend verder.
Ik kijk uit naar het drie en dertig kilometerpunt. Daar staan Egbert en Machteld met een flesje cola. Machteld stuurde begin deze week een berichtje of ze iets voor me konden betekenen en er is wat mij betreft niks lekkerder dan een flesje cola in deze fase van de strijd.
Ze staan op het erf van een boerderij en als ik aan kom rennen wil Machteld met me mee rennen maar ik geef aan dat ik de tijd neem om te drinkeslachte3n. Egbert vindt dat ik er nog goed uitzie. Je wilt niet weten hoe de meesten hier voorbij strompelen. Het is een slagveld. Ik vertel dat ik nog lekker loop en het tempo heb aangepast aan de omstandigheden. Terwijl ik sta te drinken zie ik Rob met zijn groepje passeren. Ai, de 4.30 uur ga ik dus niet meer halen.
Even later loop ik weer naast Kitty, die aangeeft dat haar knie pijnlijk is en een stukje gaat wandelen. Het klinkt als een aantrekkelijk voorstel en ik wandel fijn mee. Want ook mijn knie begint wat te jengelen en de vermoeidheid komt ook opzetten. De eindtijd is niet meer belangrijk. Finishen is het doel geworden. Er wordt sowieso veel gewandeld en ik zie ook genoeg mensen rekken en strekken wat op kramp duidt. We naderen Easterwierum. Op dat moment gaat mijn telefoon. Als ik Wiebren zijn naam in het scherm zie staan neem ik op. Hij is op het idee gekomen om naar de finish te gaan, maar staat in de file en gaat rechtsomkeert. Ik geef aan dat Klaas-Jan en ik wel met de pendelbus naar Leeuwarden komen. Ondertussen zie ik dat Kitty ook haar mobiel uit haar rugzak plukt en het scherm afleest. Als we even later Easterwierum binnen draven en ik zie dat ze naar iemand zwaait, zegt ze dat ik door moet lopen. Later lees ik in haar verslag waarom dit zo’n bijzonder moment voor haar is.
De laatste drie kilometer zijn bij wijze van spreken een makkie. Ik weet nu dat ik het ga halen.
Honderd meter voor de finish zie ik Klaas-Jan staan. Hij heeft het dus ook uitgelopen. Direct na de eindstreep krijg ik een beker water en een blikje fris en loop door om dat in alle rust tot mij te nemen. Daarna ga ik terug om Klaas-Jan te zoeken. Ik zie hem nergens en besluit om eerst mijn tas maar op te halen. De tassen zijn op het talud van de kerk gedropt en zie dat Klaas-Jan, Wim en Aleid daar op  mij wachten. We zitten heerlijk in het zonnetje en doen ons verhaal. Een stukje voor ons zit een man die flauw valt. We zien hoe de EHBO probeert om de man weer bij zijn positieven te krijgen. Ze werken met man en macht want er zijn veel mensen die hulp nodig hebben.kittymettje
Ik app Hanny om te vragen waar ze nu is en of ik haar tas mee moet nemen en voel dat ik misselijk word. Ik leg de telefoon in het gras, niet meer in staat om hem een halve meter verder in mijn tas te leggen en meld Klaas-Jan dat ik me niet helemaal lekker voel. ik zit met mijn rug tegen het hek van het kerkhof en denk dat het beter is dat ik even ga staan.
Met mijn rug naar de zon gekeerd zie ik dat er enkele mensen op het kerkhof in de schaduw zitten. Daar wil ik ook naar toe. Maar ik heb geen idee hoe ik er moet komen. Ik pak de spijlen van het hek ietsje vaster en zeg tegen mijn broer dat het niet goed gaat en hij de EHBO moet halen. Het zal me toch niet gebeuren dat ik hier, staande aan het hek van een kerkhof een hartstilstand krijg en ter plekke dood ga. Hoe vaak hoor je dat niet. Toch blijf ik rustig staan. Ik zie niks meer, alleen een witte waas en krijg niks mee van wat er om me heen gebeurt. finish slachte
Hoe lang het duurt weet ik niet, maar ineens krijgt de wereld weer kleur en zie ik als eerste Aleid die de punt van een reddingsdeken vasthoudt, die over mij heen was gehangen om de zon te weren. ‘Ik ben er weer’ zeg ik een beetje beduusd. Op hetzelfde moment voel ik dat mijn maag samen krimpt en ben blij dat de toiletwagen maar op vijfentwintig meter afstand staat. Een halve kilo lichter kom ik er even later weer vandaan. Ik ben helemaal opgeknapt, maar wil zo snel mogelijk naar huis.
Ik lees dat Hanny haar tas al heeft opgehaald. We nemen afscheid van Wim en Aleid en gaan op weg naar de plek waar de pendelbussen staan. Als we instappen rijdt de bus direct weg. Wat een geluk.
Even later toch nog een klein oponthoud. Als we de invoegstrook naar de A32 oprijden zien we een bus staan met een ambulance erachter. Onze bus stopt en een paar minuten later stappen de mensen van de andere bus over naar die van ons. Er werd een man onwel weet iemand te melden. Het zag er nogal verontrustend uit, maar het lijkt mee te vallen.tuin
Als we weer rijden bel ik Wiebren. Kan je ons over tien minuten van het station halen?
Een half uur later zit ik thuis in de tuin bij te komen van wat je met recht een avontuur kan noemen en beantwoord de berichtjes die binnenstromen met de vraag hoe het is gegaan. Ik meld dat ik het heb gehaald, maar niet de euforie voel die ik anders heb als ik een marathon heb volbracht.
De Slachtemarathon 2016. Wat een slachtveld.

2 gedachten over “De Slachte”

  1. Wat een zware tocht. Een Fries kan deze niet overslaan maar bij deze omstandigheden is het toch wel een fikse opdracht. Respect voor het uitlopen!

  2. Super, je hebt het mooi geflikt. Heeft ooit iemand beloofd dat een marathon lopen makkelijk is? ☺

    Over twee jaar weer?

Reacties zijn gesloten.