Adventure

13 december 2015
Dat we zouden gaan was al lang beslist. Hanny was wijs en koos voor de tien kilometer. Ik was eigenwijs en koos voor de halve marathon. Tot ik een paar weken van te voren me minder fit voelde en geen zin meer had in 21 kilometer hardlopen. En zo staan we zaterdagochtend naast elkaar in het startvak van de 12e editie van de adventure-run op Ameland.
We gaan gezamenlijk lopen spreken we af als we net voor het startschot op de groepsfoto zijn gekiekt door collega Jaap.
groepsfoto AmelandDe eerste kilometer gaat direct als een speer en moet ik alle zeilen bijzetten om bij te blijven.  Heeft ze niet in de gaten dat we te snel gaan? Al snel zegt mijn gevoel dat ze een prima dag heeft en voor een goede tijd gaat.
Als we uit het dorp zijn en de bocht maken om het bos in te gaan, laat ik mijn hoofd al hangen. Dit tempo ga ik geen tien kilometer vol houden. Mettje2 knikt begripvol. ‘Je bent niet helemaal fit en je hebt heftige weken achter de rug. Je bent ook tien jaar ouder. Genoeg redenen om het iets rustiger aan de doen.  Probeer te genieten’.
Mettje2 wordt handig aan de kant gezet door Mettje1. Als die verschijnt weet ik dat ik pijn ga lijden. ‘Doorlopen’, krijg ik te horen. Ga toch niet altijd zonder maar iets te proberen op de gemakkelijke toer.
Ik zoek naar een rood/blauw shirt en versnel. Voel de priemende ogen van Mettje1 als ik even twijfel of ik achter een groepje zal blijven of door de berm in ga halen.
De strandopgang neem ik ‘full speed’ en voel mijn hart in de keel bonzen.
Op het strand kan ik lekker doorlopen en kom iets dichterbij maar veel te snel komt er weer een strandovergang en in het mulle zand verlies ik terrein.
In het bos is het heuvel op en heuvel af. Mijn ogen zijn vastgeplakt op het shirt van Hanny. Van ontspannen lopen is geen sprake en van genieten al helemaal niet . Misschien is het handiger om de komende tijd even niet met Hanny aan georganiseerde loopjes meedoen.
Het piepje van de Garmin leidt mij af. Zes kilometer? Nee, het zijn er nog maar vijf. Verdorie.
Even later rennen we over het asfalt en dat werkt in mijn voordeel.
Even overweeg ik om vlak achter haar te blijven lopen maar dat voelt wel erg flauw en als ik naast haar ben hoor ik opgewekt ‘hey vrouw, alles goed?’ Een ‘hey’ en een stijf knikje van mijn kant is het enige.
De laatste drie kilometer gaan in. We geven beiden geen duimbreed toe en lopen naast, achter, en voor elkaar. Steeds sneller gaat het.
De laatste kilometer is een lange sprint en we komen tegelijk over de finish.
Als we stilstaan kijken we elkaar aan. ‘Godsamme wat loop jij hard’ zeg ik. We hebben elkaar wel aardig opgejaagd is het antwoord.
We hebben daardoor wel een mooie tijd gelopen glimlach ik.  Vergeten is de strijd die er 55 minuten heerste.
We krijgen een flesje sportdrank aangereikt en praten even kort met Douwe Wiebe, Marijke en Klaas-Jan die al zijn gefinished.
Na ook het t-shirt te hebben bemachtigd slenteren we  naar het huis van Jaap waar we kunnen douchen.
Ik wil volgende week misschien wel naar Balk zegt Hanny. Hmm, lijkt mij ook wel leuk antwoord ik. Misschien ga ik wel mee:-)